Wat en wanneer aanbesteden?

Is een onderwijsinstelling aanbestedingsplichtig?

Een openbare of bijzondere onderwijsinstelling is aanbestedingsplichting wanneer zij onder de definitie van publiekrechtelijke instelling valt en als aanbestedende dienst aangemerkt wordt.[1]

 

Wat is een aanbestedende dienst?

Aanbestedende diensten zijn de staat, een provincie, een

gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling

of een samenwerkingsverband van deze overheden of

publiekrechtelijke instellingen. Dit staat beschreven in

artikel 1.1 van de Aanbestedingswet.

 

Wat is een publiekrechtelijke instelling?

Een publiekrechtelijke instelling is een instelling die specifiek ten doel heeft te voorzien in behoeften van:

a) algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard en

b) die rechtspersoonlijkheid heeft en

c) 1. waarvan ofwel de activiteiten in hoofdzaak door een aanbestedende dienst worden gefinancierd of

    2. waarvan het beheer onderworpen is aan toezicht door de aanbestedende dienst of

    3. waarvan de bestuursorganen voor meer dan de helft worden benoemd door een of meer

        aanbestedende diensten.

 

Bij het bepalen of de aanbestedingsplicht geldt, dient allereerst voldaan te zijn aan de eerste twee vereisten (algemeen belang en rechtspersoonlijkheid). Vervolgens moet in overwegende mate één van de drie “afhankelijkheidscriteria“ (financiering, toezicht of benoeming) van toepassing zijn.[2]

Ad a) Algemeen belang:

Een onderwijsinstelling dient aan de hand van wettelijke bepalingen of de doelomschrijving van de statuten na te gaan óf en in welke mate de instelling specifiek een taak van algemeen belang heeft. Het verzorgen van educatie door onderwijsinstellingen betreft een taak van algemeen belang.

Ad b) Rechtspersoonlijkheid:

De rechtspersoon wordt gevonden bij degene die de onderwijsinstelling in stand houdt. Dat kan een vereniging of een stichting zijn, of in het geval van openbare scholen ook een gemeente. Uit jurisprudentie  blijkt dat instellingen zonder rechtspersoonlijkheid toch als aanbestedende dienst kunnen worden aangemerkt.[3]

 

Ad c) De afhankelijkheidscriteria

De afhankelijkheidscriteria of subvoorwaarden zijn niet cumulatief: indien aan één van de subvoorwaarden wordt voldaan, naast de twee bovenbeschreven vereisten onder Ad a en Ad b, dan is de onderwijsinstelling een aanbestedende dienst.

 

1.) Financiering, of

Er is sprake van financiële afhankelijkheid indien de onderwijsinstelling voor 50% of meer uit overheidsfinanciering afkomstig is. Bij de berekening van het percentage moet een onderwijsinstelling rekening houden met alle inkomsten, met inbegrip van de inkomsten voortvloeiende uit commerciële activiteiten.

 

2.) Toezicht, of

Bij de toezicht op het beheer van de onderwijsinstelling geldt dat er sprake moet zijn van een sterke afhankelijkheid jegens de overheid/ aanbestedende dienst, waardoor de overheid/ aanbestedende dienst de besluiten van de betrokken onderwijsinstelling ter zake van overheidsopdrachten kan beïnvloeden. De toezicht moet een afhankelijkheid jegens de overheid/ aanbestedende dienst scheppen die gelijkwaardig is aan die welke bestaat wanneer aan één van de twee andere alternatieve subvoorwaarden is voldaan (meer dan 50% afkomstig uit overheidsfinanciering of de bevoegdheid om meer dan de helft te benoemen).

 

3.) Benoeming

Indien het een onderwijsinstelling betreft waarbij sprake is van benoeming van bestuurders, dan moet het om een bevoegdheid gaan om meer dan de helft van de leden in het bestuursorganen te benoemen. Uit de statuten van de onderwijsinstelling zou moeten blijken of er sprake is van een dergelijke benoeming.

 

Conclusie

Een onderwijsinstelling is een aanbestedende dienst indien voldaan wordt aan de bovengenoemde criteria van de definitie ‘publiekrechtelijke instelling’. In de praktijk blijkt dat bijna alle onderwijsinstellingen als aanbestedende dienst kunnen worden aangemerkt.

 

Een onderwijsinstelling is Europees aanbestedingsplichtig als de drempel van € 214.000 voor leveringen en diensten wordt overschreden. Voor opdrachten met een waarde vanaf € 50.000 tot de Europese drempel wordt de meervoudig onderhandse procedure voorgeschreven. Bij grotere opdrachten met een waarde onder de Europese drempel, of als er sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang, wordt de nationale aanbesteding voorgeschreven.

 

Onderwijsinstellingen dienen te voldoen aan wetgeving die van toepassing is voor aan-

bestedende diensten, waarbij het met name gaat om de Aanbestedingswet 2012 en de

Gids Proportionaliteit 2016. Daarnaast zijn de algemene beginselen van het aanbeste-

dingsrecht (gelijkheids-, transparantie-, proportionaliteit- en non-discriminatiebeginsel)

zowel voor nationale als Europese aanbestedingsprocedures van toepassing.

 

Indien u vragen heeft dan kunt u contact opnemen met info@inkoopcentrumonderwijs.nl

[1] https://www.pianoo.nl/markten/lesmateriaal-voortgezet-onderwijs/marktbeschrijving-lesmateriaal-voortgezet-onderwijs/veelgestelde-vragen-lesmateriaal

[2] HvJ EG 15 januari 1998, Mannesmann Anlagenbau Austria AG

[3] HvJ EG 20 september 1988 Gebroeders Beentjes tegen de Staat der Nederlanden Zaak 31/87

 

0348 40 52 09

info@inkoopcentrumonderwijs.nl

Houttuinlaan 8, 3447 GM Woerden

©2017 BY INKOOP CENTRUM ONDERWIJS.